Wijsheid uit de Bron
Pijnboompitten en Pijnboompittenolie

Toepassingswijze zoals gehanteerd in de academische- en volksgeneeskunde in Nowosibirsk.(methodische aanbeveling). De volgende informatie is samengesteld op basis van literatuur- en onderzoeksbronnen. Het gaat hierbij om onderzoeksresultaten van ziekenhuizen en researchcentra van de Russische Academie voor Geneeskunde.In deze brochure worden zowel de profylactische en therapeutische toepassing en werking van pijnboompitten en pijnboompittenolie bij verschillende ziekten uiteengezet als ook hun chemische samenstelling.

De Siberische Ceder – is de weldaad van Rusland, een symbool van kracht, gezondheid en een lang leven. De boom groeit in zijn oorspronkelijke vorm bijna uitsluitend in Rusland.

De botanici zijn het vaak niet eens over de naam. De Siberische Ceder behoort tot de pijnboomfamilie –Pinus sibirica du tour – terwijl de echte cederbomen tot de cederfamilie (Lat. Cedrus ) behoren. Tot de ceders worden de zuidelijke, altijd groene bomen gerekend, die in Noord-Afrika en aan de Middellandse-Zeekusten groeien (Libanonceder en Atlasceder genaamd). Verder is er nog de ‘Himalayapijnboom'(Pinus Griffithii), die voorkomt in Zuid-Azië. De zaden (pitten) van deze bomen zijn echter niet eetbaar, terwijl de pitten van de Siberische ceder eetbaar zijn.

Van grote waarde bij de Siberische ceder (=Siberische pijnboom) zijn de pitten, die zeer voedzaam , calorierijk en gezond zijn. Het verzamelen van pijnappels was van oudsher al een van de belangrijkste inkomstenbronnen van de bewoners van Siberië en de Oeral, en de pijnboompittenolie gold altijd als een delicatesse. Al in de tijd van tsaar Ivan de Verschrikkelijke werden de eerdergenoemde pitten naar Engeland en andere landen geëxporteerd. De traditie om daaruit olie te vervaardigen die hoogwaardiger is dan alle gebruikelijke spijsoliën, is eeuwenoud. Deze olie is lichtverteerbaar, voedzaam, gezond, en rijk aan vitaminen en mineralen. Het is een calorierijke olie, die evenwel geen cholesterol bevat.

Pijnboompittenolie kan duindoorn-, stekelnoot-, kokos-, kiem-, distel-, olijf-, amandel-, zonnebloemolie, enz. allemaal vervangen. Maar pijnboompittenolie zelf is door geen andere olie te vervangen.

De uit pijnboompitten vervaardigde room heeft een meer dan tweemaal hoger vetgehalte dan koemelk, eieren en vlees. Pijnboompittenroom en de daaruit gewonnen melk worden al van oudsher ingezet bij geneeskundige behandelingen. In de taiga wordt traditioneel room uit pijnboompitten vervaardigd, de room wordt vervolgens met water verdund en zo komt de magere melk tot stand. Deze melk is een belangrijke voedingsbron voor de mensen in de taiga.

Met deze room zijn zenuw- en nierziekten, longtuberculose, atherosclerose, maag- en twaalfvingerige darmzweren genezen. Pijnboompittenmelk werd ook verstrekt aan moeders die borstvoeding gaven en aan zuigelingen. Toen de resultaten bij de behandeling van voornoemde ziekten met pijnboompittenmelk in West-Europa bekend werden, werd de melk ook daarheen geëxporteerd.

Al in 1786 schreef natuurwetenschapper Dr. P.S. Palass over de geneeskrachtige eigenschappen van de pijnboompitten het volgende: `In Zwitserland worden ze verkocht in de apotheek; men maakt er melk van, die succesvol wordt toegediend bij tuberculose'.

De waardevolle werking van pijnboompittenolie in voeding en geneeskunst werd ook beschreven door de arts Autokratoff. Hij stelde vast dat pijnboompitten helpen bij een hoge bloeddruk en arteriosclerose.

(Medische Wetenswaardigheden, 1913, pag.395). Een positieve werking werd ook vastgesteld bij de behandeling van reflux (van de slokdarm), oesofagitis en bij maag- en twaalfvingerige darmzweren.

De chemische samenstelling van de pijnboompitten bevestigt hun hoge voedingswaarde en gezondheidsgehalte. Hun fosfatidengehalte overtreft dat van alle andere notensoorten, alleen soja heeft een vergelijkbaar fosfatidengehalte, de rijkste lecithinebron onder de planten. Fosfatiden hebben een zeer hoge voedingswaarde voor het lichaam, vooral bij jonge mensen.

Door de wetenschap is vastgesteld dat pijnboompitten verschillende werkzame stoffen bevatten die een positieve uitwerking hebben op het prestatievermogen, de bloedwaarden, en preventief werken tegen tuberculose en bloedarmoede.

100 Gram pijnboompitten voorziet in de dagelijkse behoefte aan aminozuren, spoorelementen zoals mangaan, koper, kalium, magnesium, zink en kobalt. Het mangaangehalte bedraagt

551,6 mg per 100g pijnboompitten. Geen ander natuurlijk voedingsmiddel bevat een dergelijk hoog gehalte van dit spoorelement. Mangaan verwijdt de bloedvaten, reguleert de cholesterolstofwisseling en activeert fermenteringsprocessen. Verder bevat 100g pijnboompitten 19 mg ijzer, dat een aandeel levert in de hemoglobine aanmaak. Pijnboompitten zijn ook een rijke jodiumbron en werken bijgevolg preventief tegen een te traag werkende schildklier.

Pijnboompitten bevatten 63,9 % hoogwaardige olie en 17,2 % lichtverteerbaar eiwit, dat wederom uit 19 Aminozuren bestaat: Tryptofaan, Leucine, Isoleucine, Valine, Lysine, Methionine, Histidine, Proline, Serine, Glycine, Threonine, Alanine, Glutaminezuren, Asparaginezuren, Fenylalanine, Cysteïne, Arginine en Tyrosine. 70 % zijn essentieel, de rest slechts tot op zekere hoogte vervangbaar. Dat zegt veel over de hoge biologische waarde van het eiwit.

Het vitaminegehalte van de pijnboompitten bevordert de groei van het menselijk lichaam, onder meer door het gehalte aan vitamine A. Ook van groot belang is het aminozuur Arginine (21 g/100 g eiwit) voor de kindervoeding. De moderne geneeskunde kent dit vitaminecomplex een hoge waarde toe, omdat het functioneren van het zenuwstelsel erdoor genormaliseerd wordt, de groei van het menselijke organisme bevorderd, het bloedbeeld verbeterd en het bovendien weldadig werkt voor het huidweefsel. Bijzonder waardevol zijn de vitaminen B1-Thiamine en B 6. Vitamine C is slechts beperkt aanwezig, 100 g pijnboompitten levert niettemin nog 64 mg ascorbinezuur op.

Pijnboompitten bevatten ook een hoge dosis vitamine E (Tocoferol in het Grieks, in het Nederlands betekent dat : ‘brengt nageslacht voort'). In deze context regelt de pijnboompittenoogst het zoogdierenbestand in de taiga. Bij een rijke oogst neemt de vruchtbaarheid van sabeldieren en eekhoorns toe. Onderzoek heeft zelfs aangetoond dat het sabeldier zich niet kan voortplanten wanneer zijn voeding geen pijnboompitten bevat.

100 g Pijnboompitten bevatten 32,8 mg Tokoferolen (Vitamine E), een hogere dosis dan bij alle bekende notensoorten: walnoot (20,5 mg), amandel (15 mg) en pinda (6,5 mg). Het vitamine E gehalte in 100ml pijnboompittenolie (ca. 54,8 mg) is vijfmaal hoger dan in olijfolie en driemaal hoger dan in kokosolie. Vitamine E gebrek veroorzaakt bijvoorbeeld stofwisselingsstoringen en een verminderde melkproductie bij moeders die borstvoeding geven. Bij een hoog vitamine E gehalte wordt de olie niet zo snel ranzig.

Het allerbelangrijkst is, dat pijnboompittenolie een vitamine F concentraat vertegenwoordigt. De olie bestaat voornamelijk uit onverzadigde vetzuren, waaronder de enkelvoudig onverzadigde palmitinezuren (tot 4,1 %) en stearinezuren (tot 3,2 %) als ook de meervoudige onverzadigde oleinevetzuren (tot 35,8 %), gadolinezuren (tot 1,04 %) en de bijzonder waardevolle linolzuren (tot 71,8 %) en linoleenzuren (tot 27,75 %). De beide laatstgenoemde zuren helpen het cholesterolniveau in het bloed te verlagen.

Aangezien linol- en linoleenzuren niet worden aangemaakt in het menselijke organisme, zijn voedingsmiddelen die deze zuren bevatten, van belang.

Bij verminderde opname van linol en linoleenzuur wordt de Cholesterolafzetting in de bloedvaten versneld. Dit geldt in het bijzonder voor kinderen, en ook huidziekten kunnen het gevolg zijn.

Een hele reeks onderzoeksinstituten van de Academie voor Geneeskunde schrijven aan pijnboompittenolie een hoge therapeutische werkzaamheid toe bij de behandeling van ziekten als tracheitis, laryngitis, griep, maagzweer, zweer aan de twaalfvingerige darm, neurodermitis en andere huidaandoeningen. De olie heeft een heilzame werking bij allergieën, bevordert de lichamelijke en geestelijke prestatiekracht en heft het moeheidsyndroom op.

Het gebruik van pijnboompittenolie is bijzonder aan te bevelen bij haaruitval en brosse nagels, en ook van buitengewone waarde voor mensen die in hun werk aan sterke psychische of lichamelijke belasting onderhevig zijn, of in een ecologisch ongunstige omgeving wonen/leven. In natuurlijk staat, dus onbewerkt, hebben pijnboompittenolie en -pitten geen bijwerkingen en kunnen bijgevolg zonder bezwaar geconsumeerd worden, zeker ook door kinderen.

Alle onderzoeksresultaten in beschouwing nemend, kan eenduidig worden vastgesteld dat de natuur een uniek complex geschapen heeft van natuurlijke biologische grondstoffen. Qua structuur en eigenschappen is er geen ander, vergelijkbaar natuurlijk of kunstmatig tot stand gekomen, even rijk complex.

Hoofdbestanddelen van de pijnboompit

Vitamine B1 (Thiamine). Helpt het organisme koolhydraten optimaal te verteren, regelt de omzetting van de koolhydraten (oxidatie van de KH-stofwisseling), levert een bijdrage aan de stofwisseling van aminozuren en de opbouw van vetzuren. Vitamine B1 heeft een veelzijdige uitwerking op de functies van het hart-, spijsvertering- en endocriene systeem en ook op het centrale en perifere zenuwstelsel. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid bedraagt 1,3 mg - 2,6 mg. De behoefte is groter als er sprake is van maag- en darmziekten en ook bij acute en chronische infecties, verbranding, diabetes en bijwerkingen van antibiotica. Pijnboompittenolie bevat ca. 0,39 - 0,66 mg %.

Vitamine B2 (Riboflavine). Helpt het organisme eiwitten, vetten en koolhydraten om te zetten in energie. Is tegelijk verantwoordelijk voor opbouw en instandhouding van weefsel.

Vitamine B2 verbetert de reactie van het gezichtsvermogen op licht- en kleurprikkels, heeft een positieve uitwerking op het zenuwstelsel, de huid, slijmvliezen, en de leverfunctie en biedt bescherming tegen bloedarmoede. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid bedraagt 1,5 - 3,0 mg. Bij chronische enterocolitis, hepatitis, levercirrose, bloedarmoede enz., is de dagelijks benodigde hoeveelheid groter. Het Riboflavine-aandeel in pijnboompittenolie bedraagt 0,4 tot 0,17 mg %.

Vitamine B3 (Niacine) speelt een belangrijke rol bij de vetverbranding, de eiwitstofwisseling en bij het omzetten van voeding in energie; ondersteunt de stabiliteit van het zenuwstelsel en voorkomt gebrek aan eetlust.. Het levert een bijdrage aan de cellulaire ademhalingsprocessen, het vrijkomen van energie bij KH- en eiwitverbranding en reguleert de werking het zenuwstelsel, de spijsverteringsfuncties, de cholesterolstofwisseling en de aanmaak van bloed.. Vitamine B3 verwijdt de bloedvaten. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid ligt tussen 14 - 28 mg. De benodigde hoeveelheid neemt toe bij maag- en darmziekten, bij diarree, leverziekten en bij langdurig gebruik van medicamenten tegen tuberculose. Het Niacinegehalte in pijnboompittenolie bedraagt 1,05 - 1,40 mg %.

Vitamine E (Tocoferol) – beïnvloedt de geslachtshormonen en andere hormonale functies (regenereert de potentie en houdt langer jong) en stimuleert opbouw, herstel en instandhouding van spierweefsel. Vitamine E speelt een rol in de proteïne- en KH-stofwisseling, bevordert de verwerking van vetten, en beschermt het celmembraan tegen verwondingen. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid ligt tussen 12 - 15 mg. De benodigde dosis is hoger bij de volgende ziekten: hepatitis, levercirrose, alvleesklier- en darmziekten, huidziekten, arteriosclerose, aangezien bij deze ziekten de vitamine E opname verstoord is. Pijnboompittenolie bevat 9 - 10,12 mg % Tocoferol -Vitamine E.

Pijnboompitten bevatten bovendien nog: Barium, Titaan, Zilver, Aluminium, Jodine, Kobalt, Natrium (tot 195 mg), Glucose, Fructose, Saccharose, Zetmeel, Dextrine, Pentosan, Albumine, Globuline, Gluteline en Prolamine.

Aanvulling

op de profylactische en therapeutische toepassing van pijnboompittenolie

In 1992 is wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de preventieve en helende werking van pijnboompittenolie bij 11 patiënten, die hadden deelgenomen aan een programma om de gevolgen van de Tsjernobyl-ramp te verhelpen (1986-1987).

De betrokkenen hadden te kampen met het zgn. ‘Tsjernobyl-Syndroom' (asthenie ((algehele lichaamszwakte)), psychopathie, extreme prikkelbaarheid van het sympathische zenuwstelsel). De klachten uitten zich overwegend in verhoogde vermoeidheid en een afgenomen prestatievermogen in de namiddag – bij alle 11 patiënten. Acht patiënten kampten met slaapstoornissen, een uitgesproken nervositeit kon bij zeven patiënten worden vastgesteld, zeven patiënten hadden regelmatig optredende hoofdpijn, waarvan vier met chronische gastroduodenitis en drie andere patiënten met laryngotracheitis.

De behandelingsduur bedroeg 30 tot 45 dagen. De patiënten namen 1:1 met melk verdunde

pijnboompittenolie (emulsie 50%) in. Er werden twee varianten uitgeprobeerd:

a) eenmaal daags ‘s morgens 1 eetlepel, ca. 20g op de nuchtere maag

b) driemaal daags 1 theelepel, ca. 7g.

Bij alle 11 patiënten werd een verbetering vastgesteld in hun algemene gevoel van welbevinden, en een verhoging van hun prestatievermogen, een wezenlijke stabilisering van het zenuwstelsel en normalisering van de slaap. Drie personen hadden in het geheel geen pijn meer en vier patiënten nog slechts weinig pijn. Ook kon een positieve uitwerking worden vastgesteld op de ademhalings- en spijsverteringsfunctie, die volledig normaliseerde. Verder werd vastgesteld, dat geen van de patiënten tijdens de behandeling last kreeg van griep of andere ziekten, hoewel in het desbetreffende jaargetijde de kans op griep het hoogst is.

Het succespercentage van de pijnboompittenoliebehandeling van de specifieke pathologische toestand als gevolg van de uitwerking van de Tsjernobyl-ramp lag bij 85 % van de betreffende deelnemers. Daarbij moet worden benadrukt, dat een normalisering van de gezondheidstoestand eerder niet was gelukt met gebruikelijke medicamenten Als natuurvoedingsmiddel zijn er voor pijnboompittenolie geen contra-indicaties.

Getekend: de voorzitter van de medische commissie van het ‘Tsjernobyl' verbond

van de stad Tomsk, docent Militaire Epidemiologie- en Hygiëne , A. Saleew

In de pijnboombossen is de lucht vrijwel steriel, in 1 kubieke meter zijn ca. 200-300 niet-pathogene kiemen aanwezig. Volgens medische normen zijn in een operatiekamer 500-1000 niet-pathogene kiemen per kubieke meter toegestaan. Phytonciden van de pijnboom hebben een antiseptische werking op difteriemicroben.

Tot slot:
Een tijdgenoot van de Russische dichter A. Puschkin, Ruslandkenner en natuuronderzoeker Dmitrieff, schreef in 1818 in een artikel over de Siberische pijnboom het volgende:

‘Leve de door de zon geliefde oorden, weest trots, gij heuvels van Libanon, op uw ceders...,

toch kan in mijn ogen geen uwer ceders de schoonheid van de lommerrijke ceders in Siberië evenaren en de waarde ervan voor mij vervangen. Welk een grootsheid ligt er besloten in de statigheid van deze boom, welk een heilige schaduw in de dichtheid van zijn wouden! Wat wij bezitten – dat weten wij niet op waarde te schatten, pas wanneer het verloren gaat, dan huilen we erom. Ik hoop van harte dat God ons helpt dit waarachtig onmetelijke geschenk van Koningin Natuur op waarde te leren schatten.

Zeven maanden lang, van oktober tot april, rust de Siberische ceder, daarom groeit hij ook langzaam.

Zijn groeitijd tijdens de zomer duurt maar 40-45 dagen, daarom leeft de boom 400-500

jaar, zelfs 800 jaar oud kan hij worden! Uit overlevering is bekend, dat 500 jaar oude

Siberische pijnbomen nog vrucht droegen en goede oogsten opleverden. Wanneer u in een pijnboombos onder de kruin van de boom uitrust, denkt u dan daarover na, van hoeveel historische gebeurtenissen deze boom getuige is geweest. En hoe kort in vergelijking een mensenleven is… En denkt u ook daarover na of wellicht uw nakomelingen tientallen of honderden jaren na u, net als u nu, met gesloten ogen onder de boom liggen en dezelfde lucht inademen die u ingeademd heeft'.

bestelformulier